Home Artikels Hokken Kwekers Toppers Resultaten Pers Te koop Links Fotoboek Contact    
 
Laatste Nieuws
3-11-2011
Nieuwe aanwinst van Paul Aelbrecht

Sinds kort zit er een nieuwe aanwinst op de hokken.
Het gaat om een dochte ...
lees meer >>


22-9-2011
Weer topresultaat met duiven van Van Hoeck-Noël

Op 10 september stond in Afdeling 8 Peronne op het programma.
Gert Krab sp ...
lees meer >>


13-9-2011
Gert Krab wint asduif natour met 50% Van Hoeck-Noël

Gert Krab gaat met de 1e Ace Natour R3 aan de loop met "Ace 089"lees meer >>


5-8-2011
Kweekduivin 090-06 "Grijze Van de Pasch"

Deze prachtige duivin stamt af van het beste van het beste van Van de ...
lees meer >>


2-8-2011
Belgian Masters 2011

Op de Belgian Masters te Deinze schreven we 5 duifjes in.
Momenteel zijn e ...
lees meer >>


Artikels

Hier vind u het laatste nieuws en artikels...

Voorbereiding kweek
19-11-2007
 

De voorbereiding van de winterkweek is altijd weer een cruciaal moment in het jaar. De kwaliteit, maar daarnaast en in het geheel niet onbelangrijk, de conditie van de ouderduiven, zullen de kwaliteit bepalen van de jonkies en die jonkies zijn op hun beurt de toekomst van onze kolonie.
We streven er naar om beter en beter te worden en beter worden komt natuurlijk niet als vanzelf zomaar aanwaaien. Het begint al met wat en hoe we kweken. Kweekduiven die niet geheel gezond en in picco bello conditie zitten kweken ook navenant. Het is raar maar waar, heel vaak doen jonkies van de tweede ronde het stukken beter dan deze van de eerste. De hoofdreden daarvan is gewoon dat de kweekduiven de gewenste conditie pas verkrijgen op hun eerste nest.
Kwaliteit en conditie hebben we dus nodig, en daarbij rijzen al meteen twee vragen. Wat is kwaliteit en hoe krijgen we de ouderdieren in die gewenste perfecte conditie? Beginnen we met:

De perfecte conditie

Nu reeds moeten de duiven er perfect op staan. Dat betekent dat de dieren op zijn minst vrij zijn van welke ziekte dan ook. Gezond zijn, conditie of vorm hebben zijn dan nog drie verschillende dingen
Het ene komt er evenwel niet zonder het andere. Duiven waar wat aan hapert krijg je niet in conditie laat staan vorm. Duiven die gezond en in goede conditie zijn behoeven er mooi glad, strak met rozig vlees en zonder oude dons uit te zien.
Het niet donzen van duiven moet trouwens steeds meteen een belletje doen rinkelen. Of er is wat op komst wat ziekte betreft of de duiven zijn te zwaar aan het worden. Zijn of worden ze ziek gaat u naar de dierenarts, heeft u ze langere tijd te zwaar of verkeerd gevoederd is het zaak daar bij te sturen.
Die dingen gebeuren makkelijk weet ik uit ervaring. De kweekduiven kweken in de meeste gevallen één of twee rondes jongen en tegen die tijd komt de aandacht hoofdzakelijk bij de vliegduiven te liggen.


Te veel oude dons Bijna goed

Oude donspluimpjes herken je door het feit dat ze dikker en“pluiziger” zijn.
- Een dagske of twee zonder voer als de duiven te zwaar zijn kan helpen om overtollig oude dons te verwijderen.
- Tarwe aan de kook brengen en het kookwater ervan een paar dagen aan de duiven geven is eveneens een probaat middel
- Sedochol of een licht theetje zijn ook een aanrader

Bedenk wel dat voorkomen veeleer de boodschap is!

Seizoenen

Wedstrijdomstandigheden en spelmethodes nopen er ons toe vroeg te gaan kweken om met de jongen enige kans op slagen tijdens het wedstrijdseizoen te hebben.
Winterkweek echter, is een onnatuurlijk iets voor onze duiven. Als we de natuurlijke seizoenen zouden volgen leven vogels op dat tijdstip in barre, schrale omstandigheden en er wordt helemaal niet aan de voortplanting gedacht. Overleven op zich is al een kunst.
Waar ze in het najaar en tijdens de rui nog een overvloed aan allerlei voedsel hadden staat dit in schril contrast met wat er tijdens die donkere koude maanden op het menu staat. De opgedane reserves komen dus goed van pas doch ook deze zijn op het ogenblik dat de lente terug het land in komt compleet opgebruikt. Ze komen dus rank en slank de winter uit, om vervolgens te gaan zorgen voor het nageslacht en zo zou het onze duiven ook moeten vergaan. Te vette duiven bevruchten en leggen immers mateloos slecht en dat zijn al meteen een flink aantal minpunten nog voor de start
Om alles zo goed mogelijk te laten verlopen voor onze kweekduiven zullen we dus trachten het “seizoen” wat op te schuiven. Dat betekent dat we na de rui waar er overvloed en alles volop voor handen was, we op dit ogenblik die kweekduiven zo schraal mogelijk houden. En dat schraal houden heeft zo zijn functie.

Ontslakken

Met ontslakken bedoelen we het opschonen van de darmen. Alle mogelijke en onmogelijke voedselresten dienen, net zoals dat bij de vogels in de natuur er aan toegaat, te worden verwijderd uit die darmen. We komen daar toe door een voer te geven wat vrij veel en verschillende soorten ruwe celstof bevat. Het werkt een beetje zoals zouden we de vloer vegen met een borstel, er vervolgens met de stofzuiger nog es over gaan om nadien ook nog eens te dweilen. Alles wordt dan kraaknet.
Het resultaat bij onze duiven daarvan is een totaal nieuwe darmflora die niet alleen beter opgewassen is tegen mogelijke indringers, maar er eveneens voor zorgt dat voedingsstoffen uit het voer veel beter opgenomen worden.


Ontslakkingsmengeling

Ruwe celstof

Vinden we onder andere hoofdzakelijk terug in:
Gerst, paddy, boekweit, kardi, zonnepitten, gepunte haver. Een goede winter mengeling bevat deze ingrediënten in ruim voldoende mate.
Het voordeel is dat het extra reinigend werkt, een nadeel is een beetje de verkeerde omega 3-6 verhouding al zouden we die wel gedeeltelijk bij kunnen sturen door een weinig lijnzaadolie te gebruiken. We gebruiken bij voorkeur koudgeperste niet geraffineerde lijnzaadolie.
Het gebruik van een goed probiotica helpt dan weer bij de aanmaak en het vernieuwen van de darmflora.
We voeren karig, net zoveel tot 1 duif/10 gaat drinken en dan houdt het op. We voeren evenwel twee keer per dag om te voorkomen dat de stofwisseling gaat vertragen. Dat moeten we op dit ogenblik niet hebben voor duiven die binnen enkele weken aan de kweek moeten.


Links: Gevoederd met goeie omega 3-6 verhoudingen
Rechts: Gevoederd met verkeerde omega 3-6 verhoudingen

In mei leggen alle vogels een ei.

Of alzo zegt het spreekwoord toch. Hebben we de winterperiode vervroegd voor onze vogels, zullen we dat vervolgens ook doen met de lente. De dagen lengen tegen die tijd geleidelijk aan terwijl voedsel eveneens terug beter bereikbaar wordt.
Putje winter moeten we het stellen met zowat acht uurtjes licht per dag en dat is dan nog niet eens heel intens licht. Eind maart begin april komt de zon al op om kwart na zeven om terug onder te gaan tegen pakweg kwart na acht, zonder evenwel rekening te houden met de schemerzones. Dat extra maar vooral reeds veel intenser licht zet de hormoonwerking van mens en dier en dus ook van onze gevleugelde vrienden in gang.

We bootsen dat na en activeren dat bij onze winterkwekers door minstens een tweetal weken voor de koppeling te zorgen voor extra licht. Door middel van een aangepaste dimmer kunnen we, rekening houdende met de schemerzones, het licht langzaam aan laten gaan tegen 6u45 en terug laten doven tegen +/- 20u15. Daarmee komen we aardig in de buurt van wat in de lente gangbaar is inclusief de natuurlijke schemerzones die we instellen op 30 minuten. De lampen langzaam uit laten doven heeft ook als voordeel dat duiven niet misvliegen of niet meer op het nest raken als plots het licht uitspringt

Als het kan maken we best gebruik van daglichtlampen en hoogfrequente armaturen. De RSI waardes van die lampen benaderen het natuurlijke daglicht, afhankelijk van de fabricerende firma, van 95 tot 98 percent, inclusief een gedeelte UV straling. Helemaal niet onbelangrijk, maar daar moeten we het later misschien nog wel eens over hebben. Het is best boeiende materie, maar dit terzijde.

Aangepast voer

Kunstlicht, samen met de geleidelijk opbouw met een meer eiwitrijk voer zal er voor zorgen dat onze beestjes in een perfecte conditie aan de zware taak van winterkweek kunnen beginnen.
Naar de koppeling toe voeren we ze zo op als zouden we ze in moeten gaan korven voor de voor ons allerbelangrijkste vlucht van het jaar.
Eén enkele keer een beetje extra vitaminekes en wat extra vruchtbaarheidsvitamine “E” moeten volstaan. Goed verzorgde, met een goed gevarieerde gezonde graanmengeling gevoederde duiven hebben niet de behoefte aan allerlei extra spul. Er sterven er meer van te veel dan van te weinig……
Vriest het geen stukken uit de grond, volstaan een 3-5 tal voederbeurten om de duiven perfect opgevoederd en verzadigd te hebben. Is ’t echt bar winter ,“verzwaren” we het voer geleidelijk aan en dat reeds vanaf een tiental dagen voor de vermoedelijke koppeldatum. Met het voer verzwaren bedoelen we voer met een hoger eiwitgehalte. Niet het ruwe eiwitgehalte is hier van belang, doch wel het benutbare en naargelang het soort kweekvoer kunnen daar immense verschillen in zitten.

Temperatuur.

Om een zolderhok kan het hokklimaat sterk verschillen met dat van tuinhokken. Die laatste kunnen bij wintertijd al veel makkelijker koud, kil en klammig zijn. In de plaats van de vorm in stijgende lijn te hebben zal dat eerder het omgekeerde zijn. Bij extreme koude is het dan ook geen overbodige luxe om de opbouw van de vorm te ondersteunen door middel van bijvoorbeeld verwarmplaten. Bij diezelfde extreem lage temperaturen blijft die dan ook branden tot wanneer de duivinnen gelegd hebben. We hoeven het de duiven niet onnodig extra energie te laten kosten of het ze moeilijker te maken dan het al is.

Koppelen

Doen we pas als we duidelijk zien dat de duiven er klaar voor zijn. Een zoals we dat in de winter wel kennen, droge, “zonnige” dag mag onze voorkeur genieten boven een donkere druilerige dag.
U zal merken dat duiven die er geheel klaar voor zijn, op een uitzondering na, niet gaan vechten, weinig of geheel niet verkeerd vliegen, u al heel snel alle bakken open kan laten en er een heel regelmatige eileg volgt.
Goed begonnen is half gewonnen…

Kwaliteit

Wat kwaliteit betreft is het zo dat het verschillende eigenschappen samen zijn die daartoe bepalend zijn. Het er in alle opzichten perfecte uitziende dier moet waarschijnlijk nog geboren worden, laat staan dat het dan ook nog top zou vliegen en kweek geven. Niet dus.
Het is het resultaat van wat de twee ouderdieren ter wereld zetten wat belangrijk is.
Het is absoluut geen rekenkundige zekerheid dat ouderdieren de goede eigenschappen die ze zelf hebben ook zullen doorgeven aan hun jongen. Het is anderzijds wel zo dat ze nooit of te nimmer datgene zullen doorgeven wat ze zelf niet eens hebben.
De vererving heeft zo zijn eigen regeltjes en wettekes, doch is het zo dat de natuur steeds naar “gemiddeldes” streeft.
Met het kweken van duiven is het een beetje zoals in de tuin. De goeie dingen (vb groenten) zijn net iets moeiljker te “kweken” dan de slechte dingen, in het geval van de tuin, lees onkruid. Als je niet oplet overwoekert het binnen de kortste keren alles en veel. Met dominant verervende fouten bij onze duifjes is het net zo. We zullen daar dus rekening mee moeten houden bij de selectie of de aanschaf van ons kweekmateriaal.

Eigenschappen

Een absolute vereiste is een natuurlijke vitaliteit. Die duiven worden niet makkelijk ziek, recupereren beter en makkelijker en sneller, zitten zelden ingetrokken enz. Vitale duiven hebben altijd een bepaald soort spanning op de spieren staan. Die spieren voelen nooit “dood” aan. Je voelt ze als het ware steeds in “beweging”. De duiven zitten er in welke omstandigheden dan ook steeds gewoonweg perfect bij en da ’s al een heel goed begin. Daar kan je mee op pad.
Verder zag ik nog nooit ( en ik zag er al heel wat) echt goeie duiven met van die openstaande oogjes. Ik zag nog nooit een topduif met pluimen zo droog als stro, een topduif die hoekig aanvoelt en niet als een waterdruppel door je hand glijdt. Ik zag nog nooit echt goeie duiven die aanvoelen als een spons en waar je zo doorheen pakt, evenmin als duiven die slecht in balans zijn, al kan dat naarmate de duif ouder wordt nog zowel ten goede als de slechte keren. Duiven met een niet stevige beenderstructuur zijn al evenmin zeer zelden, om niet te zeggen nooit, de toppers van het hok.
Dat zijn een beetje de belangrijkste dingen als basis. Schort daar reeds wat, houdt het al meteen op. Zulke duiven zien nooit de binnenkant van het kweekhok. Met goeie vogels is ’t al moeilijk, laat staan dat je met halfgebakken gasten daar den oorlog zou trekken…

In een volgende bijdrage zullen we wat dieper ingaan op een paar eigenschappen van postduiven waar we rekening mee kunnen houden bij de samenstelling van onze kweekkoppels om doelgerichter te kunnen kweken

Succes er mee!

Eddy Noel

 
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming is het niet toegestaan materiaal van deze website te publiceren, kopieren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
 
Terug
 
Nieuwsarchief